Werking

 

Organisatie voor bijzondere jeugdzorg Kompani heeft een erkenning voor:

  • 14 modules verblijf met daaraan gekoppeld 14 modules contextbegeleiding laag-intensief, kan ingezet worden als modules kamertraining (TCK)
  • 1 module contextbegeleiding in functie van autonoom wonen, voorbehouden voor interne doorstroming (CBAW)


Binnen de organisatie staat een team van hulpverleners klaar om samen met de minderjarige en zijn context aan de slag te gaan. Elk van de hulpverleners spitst zich toe op één specifiek onderdeel van de af te leggen weg, maar het hele team werkt samen om de brede context (vb. ouders, familie, vrienden, school, vrijetijdsbesteding, steungezin...) op elk moment in dit proces te ondersteunen.

 

Wie doet wat? 

 

De begeleid(st)ers staan in voor de dagelijkse opvang en ondersteuning van het kind, het algemeen,welzijn van het kind. Dit betekent dat zij instaan voor de studiebegeleiding, de zorg voor hygiëne en de leefomgeving, het aanbod van vrijetijdsbesteding... Zij laten m.a.w. het leefgebeuren zo dicht mogelijk aanleunen bij een gezinsstructuur.

Elk kind of jongere die in Kompani verblijft, krijgt van bij de opname een mentor toegewezen. Dit is een begeleid(st)er die de jongere en zijn brede context extra aandacht en ondersteuning biedt. De individuele begeleiding van het kind is de taak van de mentor. Hij/zij staat bijvoorbeeld in voor de schoolcontacten, zorg en aankoop van kledij, begeleiding inzake spenderen van zakgeld, de organisatie van de vrijetijdsbesteding, de medische opvolging... We trachten dit zoveel mogelijk te doen in samenspraak met de ouders. Dit houdt in dat er systematisch contact en overleg is tussen de mentor en de context.

Omdat een verblijf een engagement van de brede context vraagt, wordt ons team versterkt door de contextbegeleidster. Zij gaat samen met alle betrokkenen op zoek naar de gebeurtenissen die tot een opname hebben geleid en zal vanuit de aanwezige krachten de context begeleiden in het zoeken naar mogelijke oplossingen. Zij gaat regelmatig op huisbezoek, al dan niet bijgestaan door de mentor. Daarnaast stelt zij samen met alle betrokkenen een bezoekregeling op en overlegt deze met de consulent. De contextbegeleidster evalueert de bezoeken zowel met de ouder(s) als met het kind en brengt hiervan verslag uit bij de verwijzer.

Zij vormt dus de schakel tussen alle betrokken partijen (de minderjarige, het gezin, de brede context, het begeleidend team en de verwijzer).

Om de kwalitatieve begeleiding op maat van het kind te garanderen worden het begeleidend team en de contextbegeleidster ondersteund door de pedagogisch coördinator. Zij stelt onder meer het handelingsplan op in samenspraak met de betrokkenen. Daarnaast is zij de eindverantwoordelijke voor de 6-maandelijkse evolutieverslagen. Deze verslaggeving is noodzakelijk om aan te tonen welke stappen wij samen hebben ondernomen richting vooropgestelde doelen. Behalve een steunfiguur van de begeleiders, is de pedagogisch coördinator ook een aanspreekpunt voor de kinderen en jongeren en hun context. Alle vragen, bedenkingen, twijfels, verhalen, emoties,... krijgen er gehoor, en dit in strikt vertrouwelijke sfeer. De pedagogisch coördinator is tevens de interne regisseur op cliëntniveau (IRC). M.a.w. zij bewaakt het intern traject van elke jongere (INSISTO, Binc, ...).

De kwaliteit van de algemene werking wordt bewaakt door de directeur. Hij staat onder meer in voor het financiële beleid van de voorziening. Bij hem kan men terecht voor alle vragen betreffende kinderbijslag, mutualiteit en financiële tegemoetkomingen. De directeur is tevens de interne regisseur op organisatieniveau (IRO). Hij staat bijvoorbeeld in voor het beheer van de wachtlijst.

Ook met klachten betreffende de algemene werking kan men bij de directeur terecht. We veriwjzen hiervoor naar de onthaalmap, waarin men de uitleg kan vinden over de modaliteiten voor het indienen van een klacht. 

Decreet Rechtspositie

 

Een belangrijk werkinstrument in Kompani is het 'decreet rechtspositie van de minderjarige'. Hierin worden de rechten van minderjarigen uitgelegd: recht op hulp, recht op bijstand, recht op duidelijke informatie, recht op zakgeld, recht op respect voor het gezinsleven, recht op instemming met de hulp, rechten omtrent het dossier, recht op inspraak en participatie, recht op privacy, recht op een menswaardige behandeling en recht om klacht in te dienen. Bij opname krijgen zowel de ouders als de minderjarige een brochure waarin deze rechten vermeld staan. De mentor overloopt deze brochure met zijn of haar pupil tijdens de eerste dagen van het verblijf.